Een linnenbinding
De inslagdraad wordt afwisselend onder en boven geweven op de kettingdraad. De kettingdraden liggen in de lengte. Dit zijn de lengtedraden. De meest eenvoudige binding.

Bijvoorbeeld: linnen, canvas, chiffon, taft, …
Een keperbinding
Bij keperbinding wordt het over-en-onder-patroon telkens één positie verschoven. Daardoor ontstaat de bekende diagonale ribbel.

Bijvoorbeeld: gabardine, denim, … deze stof is ook steviger.
Een satijnbinding
Hier lopen de draden over langere afstanden voordat ze onder een andere draad gaan. Daardoor liggen er lange stukjes draad aan het oppervlak.

Bijvoorbeeld satijn en sommige voeringen. Meestal glad en glanzend.
Volg ons op:

Andere blogs van Naaistudio A.: De Letterkamer


